ECLI:NL:RBARN:2009:BK3286
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot wedertewerkstelling wegens onrechtmatige tijdelijke arbeidsovereenkomst
De werkneemster was gedurende ruim vier jaar werkzaam bij de bank, aanvankelijk via een uitzendovereenkomst en daarna op basis van drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten. De CAO ABN AMRO stelt dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd slechts in specifieke situaties zijn toegestaan, zoals piekvorming, tijdelijke vervanging, projecten, reorganisaties of opleidingsperiodes.
De bank verlengde de tijdelijke contracten met verwijzing naar deze CAO-gronden, maar kon dit niet concreet onderbouwen. De werkneemster stelde dat geen van de CAO-omstandigheden zich voordeed en dat de bank nog steeds personeel werft voor vergelijkbare functies.
De kantonrechter achtte de stellingen van de bank onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat de arbeidsovereenkomst geacht moet worden voor onbepaalde tijd te zijn gesloten. De vordering tot wedertewerkstelling werd toegewezen, met veroordeling tot doorbetaling van loon en toelating tot werk, onder dreiging van een dwangsom. Proceskosten werden aan de bank opgelegd.
Uitkomst: De bank is veroordeeld tot doorbetaling van loon en toelating van de werkneemster tot haar werkzaamheden wegens onrechtmatige tijdelijke contracten.