ECLI:NL:RBARN:2009:BI2462
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor overtreding geluidsvoorschrift door Prorail
In deze zaak stond centraal of Prorail het geluidsvoorschrift 10.2 van haar milieuvergunning had overschreden op beoordelingspunt 21 tijdens de nacht van 8 op 9 mei 2006. De gemeente Nijmegen had een dwangbevel opgelegd wegens een vermeende overschrijding van 1,5 dB(A) boven de toegestane norm van 45 dB(A).
De rechtbank heeft uitgebreid deskundigenberichten en methoden voor geluidsmeting beoordeeld, waaronder Methode I en II uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Er bestond twijfel over de juiste toepassing van de methoden, de nauwkeurigheidsmarge van de metingen, de gekozen meetlocatie en de berekening van de meteocorrectie. De deskundigen concludeerden dat de nauwkeurigheidsmarge ± 2 dB(A) was, groter dan de gemeten overschrijding.
De gemeente had onvoldoende gegevens verzameld over afstand en hoogte van geluidsbronnen, waardoor de meteocorrectie niet nauwkeurig kon worden vastgesteld. Ook was het meetpunt op 7 meter van de gevel gekozen in plaats van de voorgeschreven 2 meter, wat de betrouwbaarheid van gevelreflectiecorrecties beïnvloedde.
Gezien deze onzekerheden achtte de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat Prorail het voorschrift daadwerkelijk had overtreden. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, het dwangbevel buiten werking gesteld en de gemeente veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet van Prorail wordt gegrond verklaard en het dwangbevel van de gemeente wordt buiten werking gesteld wegens onvoldoende bewijs van overtreding.