ECLI:NL:RBARN:2009:BH6991
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over maatstaf van heffing omzetbelasting bij erfpachtrecht en bouw kantoorpand
De zaak betreft een geschil over de maatstaf van heffing voor de omzetbelasting bij de levering van een kantoorpand waarop een recht van erfpacht is gevestigd. Eiseres stelt dat alleen de tijdens de bouw betaalde canon in de heffingsgrondslag mag worden betrokken, terwijl verweerder de gekapitaliseerde canon als maatstaf hanteert.
De rechtbank stelt vast dat het recht van erfpacht op het perceel is gevestigd voor een periode van zestig jaar en dat de jaarlijkse canon € 240.000 bedraagt. De waarde van het perceel in het economische verkeer bedroeg bijna € 3,9 miljoen. Eiseres heeft een naheffingsaanslag ontvangen vanwege een hogere maatstaf van heffing dan zij had berekend.
De rechtbank analyseert de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 3, eerste lid, onderdeel h, en artikel 8, derde en vijfde lid, van de Wet OB, alsmede het Uitvoeringsbesluit OB en de Zesde richtlijn. Gelet op de wetsgeschiedenis en de strekking van de regelgeving concludeert de rechtbank dat de maatstaf van heffing gebaseerd moet zijn op de contante waarde van de toekomstige erfpachttermijnen, oftewel de gekapitaliseerde canon, conform bijlage A van het Uitvoeringsbesluit OB.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan op 17 maart 2009 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.