ECLI:NL:RBARN:2009:BH3129
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over herbeoordeling WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Eiser, arbeidsongeschikt sinds 1996, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling op basis van het aangepaste Schattingsbesluit (aSB) werd zijn uitkering ingetrokken. Omdat eiser op 1 juli 2004 ouder dan 45 jaar was, moest volgens artikel 34, vijfde lid, van de WAO een herbeoordeling plaatsvinden op basis van het oude Schattingsbesluit (oSB). Dit leidde tot het bestreden besluit.
Eiser betoogde dat zijn uitkering met terugwerkende kracht vóór 22 februari 2007 had moeten worden verhoogd en dat hij verdergaand arbeidsongeschikt was dan vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de rechter niet bevoegd is de innerlijke waarde van de WAO te toetsen en dat de ingangsdatum van de verhoging correct was vastgesteld conform de wet en parlementaire geschiedenis.
Medische rapporten van verzekeringsartsen werden als deskundig en zorgvuldig beoordeeld. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat eiser verdergaand beperkt was dan vastgesteld. Wel werd geoordeeld dat de functie productiemedewerker industrie niet passend was vanwege beperkingen in het zien en handgrepen, maar de functie chauffeur bijzonder vervoer wel passend was.
Het UWV voldeed niet aan het vereiste van ten minste drie passende functies, waardoor de arbeidskundige grondslag van het besluit onvoldoende was. Ook was het maatmanloon onjuist vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.