ECLI:NL:RBARN:2008:BI2767
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op teruggaaf omzetbelasting na finale kwijting in vaststellingsovereenkomst
Eiseres, een vennootschap die bedrijfsruimte verhuurde aan [H] B.V., vorderde teruggaaf van omzetbelasting over niet betaalde huurtermijnen uit de jaren 1994-1996. De partijen hadden een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin zij finale kwijting verleenden voor onderlinge vorderingen, waaronder huurvorderingen.
Eiseres stelde dat de overeenkomst bedoeld was om de huurvordering te verminderen en dat zij recht had op teruggaaf van omzetbelasting op grond van artikel 29 Wet Pro OB. Verweerder betwistte dit en stelde dat de kwijting betekende dat de huurvordering was betaald, waardoor geen teruggaaf mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de tekst van de vaststellingsovereenkomst duidelijk finale kwijting verleent voor alle vorderingen, inclusief huur. De stelling van eiseres dat de huurvordering was uitgezonderd was onvoldoende onderbouwd. Er was geen aanwijzing dat een prijsvermindering was overeengekomen.
De rechtbank concludeerde dat de huurvordering civielrechtelijk was betaald via de kwijting, waardoor ook fiscaal geen recht op teruggaaf van omzetbelasting bestaat. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.