ECLI:NL:RBARN:2008:BH1572
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet
Verzoekers, beiden van middelbare leeftijd en momenteel afhankelijk van een WWB-uitkering, hebben een verzoek ingediend tot toepassing van een gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet. Hun totale schuldenlast bedraagt ruim €212.600,29. De gemeente heeft een bbz-krediet verstrekt van €65.000,- waarvan €56.820,- beschikbaar is gesteld voor een minnelijke schuldregeling met schuldeisers, teneinde een doorstart van de eenmanszaak mogelijk te maken.
De preferente schuldeiser, de Belastingdienst, heeft ingestemd met een aanbod van 45% van haar vordering, terwijl concurrente schuldeisers slechts 22,5% van hun vordering aangeboden kregen. Een groep schuldeisers, die samen 42,37% van de concurrente schulden vertegenwoordigen, weigert echter in te stemmen, mede vanwege het betalingsgedrag en het niet nakomen van toezeggingen door verzoekers. Deze schuldeisers hebben faillissement aangevraagd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het aanbod het uiterste is wat verzoekers financieel kunnen bieden, mede gelet op hun leeftijd, inkomenssituatie en de onwaarschijnlijkheid van inkomensstijging binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling. Bovendien ontvangen schuldeisers een hogere en snellere uitkering dan in een wettelijk traject. Gelet op de belangenafweging acht de rechtbank de weigering van de schuldeisers niet redelijk en beveelt hen in te stemmen met de schuldregeling.
De rechtbank laat het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling onbesproken vanwege de toewijzing van het verzoek tot gedwongen schuldregeling. Het vonnis is gewezen door rechter D.M.I. de Waele en uitgesproken op 25 augustus 2008.
Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt toegewezen en schuldeisers worden bevolen in te stemmen met het uiterste aanbod.