ECLI:NL:RBARN:2008:BG6986
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Procedure geschorst wegens faillissement en onduidelijkheid over voorrecht bij aanvaring
De rechtbank Arnhem behandelde een vordering tot schadevergoeding van eiser, een buitenlandse rederij, tegen de Belgische vennootschap FLB naar aanleiding van een aanvaring tussen schepen van beide partijen op de Waal. Eiser stelde dat de aanvaring aan schuld van FLB te wijten was en vorderde schadevergoeding.
De kernvraag betrof de gevolgen van het faillissement van FLB voor de lopende procedure. De rechtbank constateerde dat noch uit de EG-Insolventieverordening, noch uit de overgelegde stukken kon worden afgeleid dat het beroep op art. 5 van Pro deze verordening slaagde. Hoewel eiser mogelijk een voorrecht heeft op het schip, blijkt niet dat dit een zakelijk recht is dat hem tot separatist maakt die buiten het faillissement om kan optreden.
Zowel volgens Nederlands als Belgisch recht is de procedure geschorst en dient de vordering ter verificatie te worden aangemeld. De rechtbank verwees de zaak naar de parkeerrol en hield verdere beslissing aan totdat duidelijk is of de vordering in het faillissement wordt erkend of betwist. De curator heeft aangegeven zich naar het vonnis te zullen richten.
Uitkomst: De procedure is geschorst en verwezen naar de parkeerrol vanwege het faillissement en de onduidelijkheid over het voorrecht.