ECLI:NL:RBARN:2008:BG6226
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Belastingdienst vordert opgave buitenlandse bankrekeningen en bescheiden
De belastingdienst vordert in kort geding dat de gedaagde wordt veroordeeld tot het doen van opgave van zijn buitenlandse bankrekeningen en het verstrekken van bescheiden. Dit volgt op onderzoek waaruit bleek dat de gedaagde mogelijk rekeningen aanhield bij een Luxemburgse bank. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de gedaagde geweigerd te voldoen aan de informatieplicht.
De rechtbank overweegt dat de belastingdienst op grond van artikel 47 AWR Pro gerechtigd is om deze gegevens op te vragen en dat de civiele rechter bevoegd is om deze vordering te toetsen. Het verweer van de gedaagde dat de voorzieningenrechter niet bevoegd zou zijn, faalt. Ook het beroep op privacy en het beginsel van niet-meewerken aan eigen strafvervolging wordt verworpen.
De rechtbank stelt vast dat de belastingdienst voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. De authenticiteit van de stukken wordt niet betwist en de geringe foutmarge in identificatie is onvoldoende om de verplichting te ontlopen.
De rechtbank beveelt de gedaagde binnen zeven dagen na betekening opgave te doen van zijn buitenlandse bankrekeningen en bescheiden te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.000 per dag tot een maximum van € 250.000. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot het doen van opgave van buitenlandse bankrekeningen en het verstrekken van bescheiden onder verbeurte van een dwangsom.