ECLI:NL:RBARN:2008:BG0286
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling op grond van schuldbekentenis tussen partijen na ontbinding huwelijk en vennootschappen
In deze civiele procedure staat centraal of gedaagde op grond van een schuldbekentenis uit 9 april 2004 een bedrag van €34.916,42 verschuldigd is aan eisers, de ouders van een ex-echtgenote van gedaagde. De schuldbekentenis betreft een geldlening uit 1999 ten behoeve van een onderneming en is door alle partijen ondertekend. Gedaagde voert meerdere verweren aan, waaronder verjaring, nietigheid en vernietigbaarheid van de schuldbekentenis, opschorting en schuldeisersverzuim.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde zijn verjaringverweer onvoldoende heeft onderbouwd en dat de schuldbekentenis niet nietig of vernietigbaar is wegens gebrek aan concrete onderbouwing van wilsgebreken. Ook het beroep op opschorting wordt verworpen omdat gedaagde niet heeft geconcretiseerd welke bedragen in mindering moeten worden gebracht. Het verzoek tot bevrijding van verplichtingen wegens schuldeisersverzuim wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank wijst de vordering toe voor de gevorderde hoofdsom en rente vanaf de dagvaarding. Gezien de familierelatie compenseert de rechtbank de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2008.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €34.916,42 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 juli 2006.