ECLI:NL:RBARN:2008:BD6312
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst wegens schending geheimhoudingsbeding en matiging boete
Partijen sloten op 4 juli 2005 een arbeidsovereenkomst waarin een geheimhoudingsbeding en een boetebeding waren opgenomen. Werknemer trad in dienst als medewerkster personeelszaken en werkte na de proeftijd voor onbepaalde tijd. Na opzegging door werknemer in augustus 2007 ontdekte werkgever dat werknemer vertrouwelijke documenten en informatie aan een voormalig collega bij een concurrerend schoonmaakbedrijf had gestuurd.
Werkgever stelde werknemer aansprakelijk voor schending van het geheimhoudingsbeding en vorderde betaling van de boete van €4.500 per overtreding, in totaal €9.000. Werknemer voerde onder meer aan dat zij geen vertrouwelijke informatie had gedeeld, dat de opzegging niet onverwijld was, dat het boetebeding nietig was en verzocht om matiging van de boete.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst op 9 oktober 2007 is geëindigd wegens dringende reden door schending van het geheimhoudingsbeding. Het boetebeding is niet nietig, maar de uitsluiting van rechterlijke matiging is ongeldig, waardoor matiging mogelijk is. De boete werd gematigd tot €4.000 voor beide overtredingen samen. Het bedrag van €1.268,59 aan eindafrekening werd verrekend met de boete. De vorderingen van werknemer wegens onregelmatig ontslag werden afgewezen. Werknemer werd veroordeeld tot betaling van €2.676,46 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst beëindigd per 9 oktober 2007 wegens schending geheimhoudingsbeding; boete gematigd tot €4.000 en verrekend met eindafrekening.