ECLI:NL:RBARN:2008:BD0277
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing intrekking bouwvergunning wegens onjuiste en onvolledige gegevens
Eisers verzochten de intrekking van een bouwvergunning verleend op 1 april 2003 voor de uitbreiding van een bedrijfsruimte, omdat volgens hen onjuiste en onvolledige gegevens aan de vergunning ten grondslag lagen. Verweerder, de gemeente Beuningen, wees dit verzoek af. De rechtbank oordeelt dat de feitelijke gegevens zoals nokhoogte, begane grondvloerhoogte en terreinhoogte bij verweerder bekend waren en dat de vergunning ondanks een fout in de toepassing van het peil in strijd met het bestemmingsplan is verleend.
De rechtbank stelt dat een intrekking op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet alleen mogelijk is als er een causaal verband bestaat tussen de onjuiste/onvolledige gegevens en de vergunningverlening. Dit verband ontbrak hier. Ook de stelling dat een onjuiste perceelsgrens is gehanteerd, leidt niet tot intrekking omdat het verschil gering is en bouwen tot op de perceelsgrens is toegestaan.
Verder oordeelt de rechtbank dat het ontbreken van foto’s van belendende bebouwing en gegevens over afvalcontaineropstelplaatsen niet noodzakelijk waren voor de beoordeling van de aanvraag. De welstandstoetsing was voldoende onderbouwd met tekeningen. De rechtbank concludeert dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vergunning niet op onvolledige gegevens is verleend.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard.