ECLI:NL:RBARN:2008:BC5962
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens misleiding over omvang nalatenschap
Eiser vordert dat gedaagde 1 en gedaagde 2 onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door hem te misleiden over de omvang van de nalatenschap van zijn moeder, waardoor hij de nalatenschap heeft verworpen. Hij stelt dat indien hij van het batig saldo had geweten, hij de nalatenschap zou hebben aanvaard.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat gedaagden op de hoogte waren van het vermogen van de nalatenschap ten tijde van het overlijden en dat zij bewust hebben gezwegen om hem te misleiden. Ook is niet gebleken dat eiser door gedaagden onjuist is geïnformeerd over de nalatenschap.
Verder oordeelt de rechtbank dat de stukken die eiser heeft overgelegd met betrekking tot een politieonderzoek en kort geding buiten beschouwing blijven omdat niet duidelijk is welke informatie eiser hieruit betrekt en tegen wie de wederpartij zich moet verweren.
Ten slotte verklaart de rechtbank het verstek jegens ING en gedaagde 4 vervallen en veroordeelt eiser in de proceskosten van gedaagde 1 en gedaagde 2.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tegen gedaagde 1 en gedaagde 2 worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van misleiding.