ECLI:NL:RBARN:2007:BC0264
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.A.M. van Hoof
- E. Klein Egelink
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aflossingscapaciteit en beslagvrije voet bij terugvordering WWB-bijstand
De rechtbank Arnhem behandelde het geschil over de berekening van de aflossingscapaciteit en de beslagvrije voet bij terugvordering van bijstand op grond van de WWB. Eisers betwistten de hoogte van de aflossingscapaciteit, met name de wijze waarop de beslagvrije voet was vastgesteld, waarbij zij onder meer stelden dat onvoldoende rekening was gehouden met vakantiegeld, volledige ziektekostenpremies en de huurtoeslagnorm.
De rechtbank oordeelde dat de beslagvrije voet slechts verhoogd mag worden met het bedrag van de kale huur na aftrek van de huurtoeslag indien dit boven het drempelbedrag uitkomt zoals genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag. Tevens werd bevestigd dat het negatieve vermogen niet tot verhoging van de vermogensgrens leidt. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de gehanteerde berekeningsmethode overeen zou komen met de Recofa-methode en vernietigde het besluit voor zover het de aflossingscapaciteit betrof.
De rechtbank beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke normen en de actuele bedragen per datum van aanvang van de inhoudingen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de aflossingscapaciteit betreft en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.