ECLI:NL:RBARN:2007:BB6954
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Linssen
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- M.J.R. Kuyt
- Rechtspraak.nl
Toepassing gebruikelijk-loonregeling op lidmaatschap coöperatie niet in strijd met EG-Verdrag en gelijkheidsbeginsel
Eiser, lid en bestuurder van een coöperatie, kreeg voor het jaar 2002 navorderingsaanslagen opgelegd waarbij het loon uit dienstbetrekking werd verhoogd op grond van de gebruikelijk-loonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964.
De rechtbank stelt vast dat het lidmaatschapsrecht van eiser in de coöperatie kwalificeert als een aanmerkelijk belang volgens de Wet inkomstenbelasting 2001, waardoor de regeling van artikel 12a van toepassing is. De rechtbank wijst erop dat het niet relevant is dat eiser als bestuurder en niet als eigenaar arbeid verricht, aangezien ook directeur-grootaandeelhouders in besloten vennootschappen onder deze regeling vallen.
Het beroep van eiser dat artikel 12a in strijd zou zijn met het EG-Verdrag, het Burgerlijk Wetboek of het EVRM wordt verworpen, mede omdat geen grensoverschrijdende situatie aan de orde is en de regeling slechts een fictief loon voor belastingheffing betreft zonder betalingsverplichting. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen feitelijk en rechtens gelijke gevallen zijn en eiser onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van een overduidelijke onevenredigheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen op grond van de gebruikelijk-loonregeling zijn terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.