ECLI:NL:RBARN:2007:BB6154
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huur van bedrijfsruimte en ongerechtvaardigde verrijking na huurperiode
De zaak betreft een huurgeschil tussen [partij A], eigenaar van een perceel met opstallen, en een coöperatie die het gehuurde gebruikte voor caravanstalling. De huurovereenkomst liep van 2001 tot 2006, met aanzienlijke investeringen door de coöperatie en haar bestuurders om het complex geschikt te maken voor caravanstalling.
[Partij A] vordert betaling van achterstallige huur en glasverzekering, terwijl de coöperatie reconventioneel schadevergoeding eist wegens ongerechtvaardigde verrijking omdat [partij A] na het einde van de huur de exploitatie voortzette zonder vergoeding te betalen. De rechtbank oordeelt dat de coöperatie recht heeft op vergoeding voor investeringen, verminderd met afschrijvingen, en dat [partij A] is verrijkt door het voortzetten van de exploitatie.
De rechtbank wijst toe dat de coöperatie de schade nader moet specificeren en verwijst de zaak naar de rol voor nadere uitlatingen. Andere vorderingen, zoals huur voor het ketelhuis en stallingskosten voor caravan en aanhanger, worden afgewezen wegens onvoldoende grondslag of gebrekkige overeenkomstwijziging. De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van huur en glasverzekering deels toe en verwijst de zaak voor nadere uitlatingen over schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.