ECLI:NL:RBARN:2007:BA9620
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht niet geslaagd; betaling van €6.825,- met rente toegewezen
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of Huis en Haard Meubelland B.V. geslaagd was in haar bewijsopdracht om aan te tonen dat gedaagden een brief van 16 januari 2004 hadden ontvangen en dat er nadere betalingsafspraken waren gemaakt over de koopsom van nieuw bestelde tafels en stoelen.
De rechtbank overwoog dat de verklaring van de statutair directeur van Huis en Haard als partijgetuigeverklaring moest worden beoordeeld conform artikel 164 lid 2 Rv Pro, hetgeen betekent dat zonder aanvullend sterk bewijs de verklaring onvoldoende is. Huis en Haard slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren dat de brief was ontvangen door gedaagden, noch dat er nadere betalingsafspraken waren gemaakt.
Gevolg was dat het deel van de vordering betreffende de betaling van de tafels en stoelen ad €2.340,- verjaard werd afgewezen. Wel werd het bedrag van €6.825,- toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 februari 2005, vijf dagen na ingebrekestelling.
De kosten van de procedure werden verdeeld waarbij gedaagden als overwegend in het ongelijk gestelde partij werden veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de bewijslevering waarvoor Huis en Haard werd veroordeeld. De vordering in reconventie van gedaagden werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagden veroordeeld tot betaling van €6.825,- met wettelijke rente; overige vorderingen afgewezen.