ECLI:NL:RBARN:2007:BA2026
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding vaststellingsovereenkomst wegens verwijdering verwarmingsinstallatie uit stacaravan
In deze zaak tussen een campingexploitant en een huurder van een standplaats met een stacaravan ontstond onenigheid over de levering van de stacaravan na beëindiging van de huurovereenkomst. Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarbij de stacaravan werd verkocht aan eiser voor een bedrag van €4.000, te betalen na oplevering.
Bij oplevering bleek echter dat de verwarmingsinstallatie, bestaande uit een cv-ketel en radiatoren, door gedaagde was verwijderd en verkocht. Eiser stelde dat dit een tekortkoming was die niet was gemeld en gaf gedaagde een termijn om de installatie te herplaatsen, wat niet gebeurde. Eiser weigerde daarop de betaling van €4.000.
De rechtbank oordeelde dat de verwarmingsinstallatie een bestanddeel van de stacaravan is en dat gedaagde verplicht was de stacaravan conform de overeenkomst te leveren. De verwijdering vormde een niet geringe tekortkoming, rechtgevend op gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst voor dat deel. Hierdoor hoeft eiser de €4.000 niet te betalen en kan hij de herstelkosten verrekenen.
De rechtbank verbiedt gedaagde executiemaatregelen te treffen ter inning van het bedrag en veroordeelt hem tot betaling van een dwangsom bij overtreding. De kosten van het geding worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst gedeeltelijke ontbinding van de vaststellingsovereenkomst toe en verbiedt executiemaatregelen tot betaling van €4.000 wegens verwijdering van de verwarmingsinstallatie.