ECLI:NL:RBARN:2007:BA0339
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem oordeelt over zakelijkheid verrekenprijzen tussen gelieerde vennootschappen
De rechtbank Arnhem behandelde het geschil tussen eiseres, een houdstervennootschap, en de inspecteur van de Belastingdienst over de zakelijkheid van verrekenprijzen toegepast in 2001 en 2002. Eiseres rekende aan haar gelieerde vennootschap [X Limited] marges van respectievelijk 10% en 14,2% over de inkoopwaarde van producten uit China, wat door verweerder werd betwist.
Verweerder stelde dat de vergoeding voor de activiteiten van [X Limited] te hoog was en dat de cost plus methode met een opslag van 10% passend was. De rechtbank oordeelde dat de door eiseres voorgestelde comparable uncontrolled price-methode niet toepasbaar was vanwege verschillende functies tussen partijen en derden. De rechtbank stelde vast dat de gehanteerde verrekenprijzen onzakelijk waren en volgde verweerder in het toepassen van de cost plus methode met 10% opslag.
Daarnaast werd geoordeeld dat het feit dat transacties in 2001 niet waren gemeld een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder geen ondubbelzinnige toezegging had gedaan. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, mat de navorderingsaanslag en aanslag vennootschapsbelasting en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte verrekenprijzen volgens het at arm's length principe en de toepassing van de juiste methode bij het vaststellen daarvan, evenals de zorgvuldigheid bij navorderingsaanslagen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslagen vennootschapsbelasting op basis van een zakelijke verrekenprijs volgens de cost plus methode met 10% opslag.