ECLI:NL:RBARN:2006:BC6894
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid
Eiser, ondernemer en directeur-aandeelhouder, ontving een schadevergoeding van f 475.000 ter compensatie van materiële en immateriële schade na een ongeval met arm- en voetletsel. Een bedrag van f 400.000 hiervan zou betrekking hebben op verlies aan arbeidsvermogen. Verweerder stelde dat slechts f 100.000 als zodanig kon worden aangemerkt.
De rechtbank onderzocht of de schadevergoeding belastbaar is als winst uit onderneming of onbelast blijft als vergoeding voor verlies aan arbeidsvermogen. Hierbij is bepalend of sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid. Uit het dossier bleek dat eiser vanaf 1 maart 2001 geen WAZ-uitkering meer ontving vanwege inkomsten uit arbeid, en dat een verzekeringsarts stelde dat de beperkingen onveranderd waren maar het werk duurzaam werd voortgezet.
De rechtbank concludeerde dat sprake was van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, mede gelet op een brief van de verzekeringsmaatschappij waarin eiser per 1 november 2001 als volledig arbeidsgeschikt werd beschouwd. De schadevergoeding moest daarom worden gezien als compensatie voor gederfde en te derven winst, en was belast. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd gedaan op 3 oktober 2006 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de schadevergoeding belastbaar is.