ECLI:NL:HR:2000:AA7994
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastbaarheid voorschot schadevergoeding als winst uit onderneming
Belanghebbende exploiteerde in 1993 een bodedienst als zelfstandig ondernemer en liep dat jaar een verkeersongeval op waardoor hij lichamelijk letsel kreeg. Naar aanleiding daarvan staakte hij in 1994 zijn onderneming. In 1998 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen belanghebbende en de verzekeraar van de aansprakelijke partij, waarbij een schadevergoeding werd betaald ter compensatie van materiële en immateriële schade.
De Inspecteur had een voorschot op deze schadevergoeding uit 1993 van f 21.000,-- als onbelast smartengeld aangemerkt. Het Hof oordeelde echter dat het voorschot in feite een vergoeding betrof voor bedrijfsschade door het verlies van de onderneming en daarom tot het belastbare inkomen moest worden gerekend.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel, waarbij het feit dat belanghebbende in 1995 volledig arbeidsgeschikt werd verklaard en de wijze van schadeberekening door het Hof niet onbegrijpelijk zijn. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het voorschot op de schadevergoeding belastbaar is als winst uit onderneming.