ECLI:NL:RBARN:2006:BB3796
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering investeringsfaciliteiten wegens overschrijding aanmeldingstermijn terecht
Eiser, vennoot in een vennootschap onder firma, kocht in 2001 een Scania trekker bij [C]. De kern van het geschil betrof de vraag of de verplichting tot aanschaf van de trekker al vóór 24 april 2001 was aangegaan. De rechtbank stelde vast dat op 2 april 2001 een offerte was uitgebracht met een geldigheidsduur tot 1 juli 2001 en dat op 11 april 2001 reeds een bestelling bij de importeur was geplaatst, wat duidt op een eerdere verplichting dan eiser betoogde.
De rechtbank hechtte weinig waarde aan de verklaring van een medewerker van [C] die stelde dat de bestelling pas na ondertekening bij de importeur werd geplaatst, omdat de feiten wezen op een eerdere bestelling inclusief meer dan alleen het chassis. Ook de opdrachtbevestiging van 23 april 2001 zonder geldigheidsduur veranderde hier niets aan.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat de verplichting tot aanschaf vóór 24 april 2001 was aangegaan. Dit betekende dat de navorderingsaanslagen en boete opgelegd door de Belastingdienst terecht waren. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen en boete.