ECLI:NL:RBARN:2006:AZ6263
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending meerderheidsregel bij WOZ-waardering woning
Eiser betwist de door de gemeente Culemborg vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die op €311.000 was vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2003. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een vaststelling van €273.000. Verweerder handhaaft de waarde van €311.000. De rechtbank houdt een zitting waarbij partijen hun standpunten toelichten.
De rechtbank overweegt dat de waarde van een woning wordt bepaald op basis van de economische waarde in het verkeer en dat de bewijslast voor de juistheid van de waarde bij de gemeente ligt. De koopsom van de woning, betaald door eiser in september 2003, is hoger dan de vastgestelde waarde, en er is geen aannemelijk gemaakt dat deze koopsom niet de werkelijke waarde weerspiegelt.
Eiser voert aan dat woningen met grotere kavels lager zijn gewaardeerd, wat strijdig zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt dat deze woningen niet als gelijk kunnen worden beschouwd vanwege significante verschillen in inhoud en perceelgrootte. Vervolgens stelt eiser dat een groep woningen identiek is en dat de waarderingen daarvan verschillen, wat eveneens strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank stelt vast dat de relevante groep woningen inderdaad identiek is en dat de meerderheid van deze woningen te laag is gewaardeerd, waardoor de meerderheidsregel is geschonden.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bezwaarbesluit, en vermindert de WOZ-waarde tot €279.000, de waarde van de vierde woning in de relevante groep. Tevens wordt de gemeente verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €279.000 wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en meerderheidsregel.