ECLI:NL:RBARN:2006:AZ6111
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. Weusten
- Rechtspraak.nl
Nakoming arbeidsovereenkomst na overname goodwill en personeel bij faillissement
De werknemer was sinds 1988 in dienst bij een failliete onderneming en werd na faillissement overgenomen door een andere partij die de goodwill kocht en personeel overnam onder gelijke of vergelijkbare condities. De curator en de overnemende partij maakten afspraken over het aanbieden van nieuwe arbeidscontracten aan 11 vaste medewerkers, waaronder de werknemer.
De werknemer trad per 3 januari 2005 in dienst bij de overnemende partij, waarbij een proeftijdbeding werd overeengekomen. De overnemende partij beëindigde de arbeidsovereenkomst per 28 februari 2005, maar de werknemer stelde dat het proeftijdbeding nietig was omdat de werkzaamheden wezenlijk hetzelfde waren als voorheen en de afspraken met de curator een derdenbeding vormden waar hij nakoming van kon verlangen.
De kantonrechter oordeelde dat de overname van goodwill en personeel onder gelijke of vergelijkbare condities een redelijke uitleg van de afspraken tussen curator en overnemer rechtvaardigt en dat de werknemer recht heeft op nakoming. Het proeftijdbeding was nietig en de opzegging ongeldig. De werknemer werd veroordeeld tot wedertewerkstelling en loonbetaling, met een beperkte matiging van de wettelijke verhoging wegens het niet verrichten van werkzaamheden na 1 maart 2005.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot onmiddellijke wedertewerkstelling en loonbetaling aan werknemer wegens nietige opzegging.