ECLI:NL:RBARN:2006:AZ2302
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Splitsbaarheid onroerende zaak en toerekening ondernemingsvermogen bij gemengd gebruik
Eiser, een accountant, was sinds 1985 eigenaar van een pand dat deels voor zijn onderneming en deels privé werd gebruikt. In 1993 verplaatste hij zijn kantoor naar de begane grond, terwijl de bovenwoning voor kamerverhuur bleef. In 1999 werd het pand juridisch gesplitst in twee appartementen. Verweerder rekende de begane grond in 2002 tot het ondernemingsvermogen, corrigeerde de fictieve huur en verhoogde de heffingsgrondslag voor de WAZ.
Eiser voerde aan dat ten minste 20% van de begane grond duurzaam privé werd gebruikt, waaronder schuur, binnenplaats, berging en kelderruimtes, en dat de keuze voor privévermogen binnen redelijke grenzen bleef. Verweerder stelde dat het privégebruik onder de 10% lag en niet duurzaam was, waardoor de begane grond verplicht ondernemingsvermogen zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de begane grond splitsbaar is van de bovenwoning en dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat meer dan 10% duurzaam privégebruik bestond. Verweerder kon dit niet overtuigend weerleggen. De rechtbank concludeerde dat de keuze van eiser om de begane grond als privévermogen te rekenen niet onredelijk is en vernietigde de uitspraak op bezwaar, waarbij de belastingaanslag werd verminderd tot een heffingsgrondslag van € 13.167.
Verder veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. Het beroep op het vertrouwensbeginsel bleef onbesproken vanwege het oordeel over de redelijkheid van de vermogensetikettering.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de begane grond als privévermogen mag worden aangemerkt en vermindert de belastingaanslag tot een heffingsgrondslag van € 13.167.