ECLI:NL:RBARN:2006:AY9482
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen vergrijpboete belastingjaar 2001
Eiser, een jurist, bracht in zijn belastingaangifte voor 2001 een bedrag tweemaal in aftrek, wat leidde tot een navorderingsaanslag en een vergrijpboete van 50% over de te weinig geheven belasting. Verweerder handhaafde de aanslag en boete bij uitspraak op bezwaar van 6 september 2005.
Eiser stelde beroep in, maar dit werd pas op 23 december 2005 ontvangen door de rechtbank, ruim na de zeswekentermijn die op 18 oktober 2005 afliep. De gemachtigde van eiser gaf aan dat het beroepschrift waarschijnlijk per abuis naar een verkeerde instantie was verzonden en verzocht om coulance.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding aan eiser toerekenbaar is, omdat de nalatigheid van de gemachtigde ook aan hem wordt toegerekend. Er was geen sprake van omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd niet inhoudelijk op de boete ingegaan.
De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 5 september 2006 in het openbaar uitgesproken door rechter Okhuizen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het beroepschrift.