ECLI:NL:RBARN:2006:AY6208
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. van Baaren
- M.M. Bijker - Veen
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling overbedelingsvorderingen bij overlijden langstlevende ouder in successierecht
De zaak betreft een geschil over de waardering van overbedelingsvorderingen van de erfgenamen op de langstlevende ouder bij haar overlijden in het kader van het successierecht. Eisers stellen dat de minnelijke waardering van de woning hen niet bindt in civielrechtelijke zin en dat de waarde van de woning per 15 januari 1998 op ƒ 2.156.000 moet worden genomen als uitgangspunt voor de waarde van de vorderingen.
Verweerder baseert zich op de minnelijke taxatie van de woning op ƒ 1.350.000, die is overeengekomen met de erfgenamen en de Belastingdienst, en stelt dat eisers hieraan gebonden zijn. De rechtbank overweegt dat de waarde voor de heffing van successierecht moet worden bepaald naar de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van verkrijging, zoals ook bevestigd door de Hoge Raad in een arrest uit 1995.
De rechtbank oordeelt dat het niet de bedoeling van de wetgever is om bij het overlijden van de langstlevende ouder een andere basiswaarde te hanteren dan bij het overlijden van de eerstoverleden ouder. Gezien de vaststellingsovereenkomst en de jurisprudentie is de minnelijke taxatie van ƒ 1.350.000 bindend voor de waardebepaling van de overbedelingsvorderingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen successierecht wordt ongegrond verklaard en de minnelijke taxatie van de woning wordt als bindend vastgesteld.