ECLI:NL:RBARN:2006:AY0535
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens verduistering door werknemer afgewezen wegens betwisting omvang en duur
De werknemer was sinds 1971 in dienst bij Vroom en Dreesmann en werd op staande voet ontslagen wegens verduistering. Hij erkende geld uit de kassa te hebben weggenomen, maar betwistte de duur en omvang van de fraude zoals door de werkgever gesteld. De werknemer had een verklaring en schuldbekentenis ondertekend waarin hij €30.000,- schuld erkende, maar stelde dit onder druk te hebben gedaan vanwege bedreiging met beslaglegging.
De rechtbank stelde vast dat de werknemer onbetwistelijk gelden uit de kassa had verduisterd en dat er sprake was van opzet. De discussie richtte zich op de omvang en duur van de fraude en de geldigheid van de schuldbekentenis. De werknemer voerde aan dat de schuldbekentenis vernietigbaar is wegens bedreiging en misbruik van omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor deze vernietigingsgronden bij de werknemer ligt en stelde hem ambtshalve in de gelegenheid bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoren. De zaak werd aangehouden voor verdere bewijslevering en een vervolgzitting werd gepland. De rechtbank zag geen aanleiding voor tussentijds appel.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor bewijslevering over de vernietigbaarheid van de schuldbekentenis en wijst de vordering voorlopig niet toe.