ECLI:NL:RBARN:2005:BD0968
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Bouwrecht na bedrijfsbeëindiging als nagekomen bedrijfsbate in inkomstenbelasting
Eiseres heeft tot 31 december 2000 een veehouderij geëxploiteerd en haar onderneming gestaakt. In het kader van de bedrijfsbeëindiging heeft zij subsidie aangevraagd onder de Regeling beëindiging veehouderijtakken (RBV). In 2001 werd deze subsidie toegekend, waarna eiseres een bouwrecht voor woningbouw op het perceel heeft aangevraagd en verkregen.
Verweerder heeft het bouwrecht in 2002 aangemerkt als een nagekomen bedrijfsbate en de inkomstenbelasting dienovereenkomstig aangepast. Eiseres betwist dit en stelt dat het bouwrecht op de stakingsdatum al bestond en dat de waarde nihil is, waardoor het niet tot belastingheffing zou moeten leiden.
De rechtbank overweegt dat het bouwrecht pas ontstaat op het moment van daadwerkelijke uitoefening en dat het een gevolg is van de bedrijfsbeëindiging. Dit betekent dat het bouwrecht als nagekomen bedrijfsbate moet worden belast in het jaar van realisatie. De waarde van het bouwrecht is vastgesteld op €197.841, gebaseerd op een taxatierapport van de Belastingdienst. De lagere waarde van €110.000, aangevoerd door eiseres, betreft een verwachtingswaarde per stakingsdatum en is niet relevant.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag met een waarde van het bouwrecht van €197.841.