ECLI:NL:RBARN:2005:BD0134
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mobiliteitstoeslag na interne functieverplaatsing binnen Belastingdienst
Eiser, werkzaam als medewerker opsporing bij de Belastingdienst, werd per 15 oktober 2004 overgeplaatst van het kantoor in plaats1 naar plaats2, waarbij hij dezelfde functie behield. Verweerder weigerde een mobiliteitstoeslag toe te kennen omdat de verplaatsing niet gebaseerd was op een bestuurlijke overweging om geografische mobiliteit te stimuleren.
Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, waarna verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank moest beoordelen of de weigering terecht was. Volgens het beleid van de Belastingdienst wordt een mobiliteitstoeslag toegekend wanneer geografische mobiliteit nadrukkelijk gestimuleerd moet worden, bijvoorbeeld bij verplaatsing naar moeilijk te bemensen vestigingen.
De rechtbank oordeelde dat de verplaatsing van eiser niet voortkwam uit een dergelijk bestuurlijk besluit en dat de functie ongewijzigd bleef. Hoewel de verplaatsing bijdroeg aan het verspreiden van kennis binnen de organisatie, was er geen sprake van een expliciete bestuurlijke stimulans voor mobiliteit. Daarom was de weigering van de mobiliteitstoeslag terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de mobiliteitstoeslag bevestigd.