ECLI:NL:RBARN:2005:AU9881
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Mede-eigendom en breedte van achterpad bij perceelbouwgrond
In deze civiele zaak staat centraal of het achterpad (sectie O, 512) een breedte van 1,20 meter heeft, zoals feitelijk aanwezig, of 1,50 meter, zoals in de leveringsakte van 13 augustus 1998 is opgenomen. Eisers hebben een perceel bouwgrond gekocht inclusief een 1/3 aandeel in het achterpad, dat volgens de akte 1,50 meter breed is. Gedaagden hebben een strook van 30 centimeter van dit pad onrechtmatig in bezit genomen door het plaatsen van een schutting op 1,20 meter afstand van de erfgrens van eisers.
De rechtbank stelt vast dat de kadastrale grenzen van het perceel van eisers vastliggen, terwijl de grenzen van het achterpad nog niet definitief zijn vastgesteld. De levering aan eisers vond plaats vóór de levering aan gedaagden, waardoor de gemeente niet meer over de strook kon beschikken die aan eisers was geleverd. De bij de leveringsakte behorende tekeningen geven een breedte van 1,50 meter aan voor het achterpad.
Gedaagden hebben betoogd dat zij recht hebben op de betwiste strook, onder meer omdat zij de afrastering op 1,20 meter hebben teruggezet conform kadastermetingen. De rechtbank oordeelt echter dat dit geen eigendomsrecht aan gedaagden geeft, omdat de strook reeds aan eisers toebehoort. Daarom wordt gedaagden veroordeeld tot ontruiming van de strook en het ontruimd houden daarvan, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van een strook grond zodat het achterpad een breedte van 1,50 meter behoudt.