ECLI:NL:RBARN:2005:AU5319
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigendom en financiering woonboerderij in wettelijke schuldsanering
De rechtbank Arnhem behandelt een geschil tussen de bewindvoerder in de wettelijke schuldsanering van de heer en diens echtgenote over de vraag of een woonboerderij in de boedel valt of dat de echtgenote deze kan terugnemen op grond van artikel 61 van Pro de Faillissementswet.
De bewindvoerder stelt dat de woning in de boedel valt omdat de echtgenote niet heeft aangetoond dat zij de woning volledig met eigen middelen heeft gefinancierd. De echtgenote voert aan dat zij eigenaar is en dat zij meer dan de helft van de koopsom uit eigen middelen heeft betaald, onder verwijzing naar artikel 1:124 BW Pro en diverse bankafschriften en een accountantsverklaring.
De rechtbank stelt vast dat de woning juridisch op naam van de echtgenote staat, maar dat dit niet volstaat om het recht van terugneming te bewijzen. De rechtbank benadrukt dat artikel 61 Fw Pro strikte bewijsregels kent en dat de financiering volledig uit eigen middelen moet zijn geweest. De aangeleverde stukken, waaronder bankafschriften en de verklaring van de accountant, zijn onvoldoende om dit bewijs te leveren.
De rechtbank wijst het verweer af dat artikel 61 Fw Pro niet van toepassing zou zijn vanwege het huwelijksvermogensregime of het ontbreken van samenwoning. De rechtbank staat de echtgenote toe om aanvullend bewijs te leveren en staat tussentijds hoger beroep toe. Andere verweren zoals verrekening en retentierecht worden verworpen.
De zaak wordt aangehouden tot 26 oktober 2005 om de echtgenote gelegenheid te geven bewijsstukken in te brengen.
Uitkomst: De woonboerderij valt in de boedel tenzij de echtgenote kan bewijzen dat zij de woning volledig met eigen middelen heeft gefinancierd; de zaak wordt aangehouden voor aanvullend bewijs.