ECLI:NL:RBARN:2005:AU1709
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging overeenkomst wegens niet-nakoming accountantsverklaring niet onrechtmatig
In deze kortgedingprocedure staat centraal of de Stadsomroep de overeenkomst met eiser mocht beëindigen wegens het niet nakomen van de verplichting tot het overleggen van een accountantsverklaring over 2003, zoals bepaald in artikel 5.1 van de overeenkomst. Vaststaat dat eiser niet aan deze verplichting heeft voldaan en dat geen formele ingebrekestelling is verstuurd.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke verzuimregeling en ingebrekestelling regelend recht zijn en dat partijen in de overeenkomst een bijzondere regeling voor beëindiging hebben opgenomen. De Stadsomroep heeft eiser meerdere malen schriftelijk gewaarschuwd en uitstel verleend, maar de verklaring bleef uit. De beëindiging van de overeenkomst is daarom rechtsgeldig, ook zonder een messcherpe ingebrekestelling.
Eiser stelde dat de beëindiging onredelijk was en in strijd met de redelijkheid en billijkheid, mede omdat het contract nog zeven maanden zou lopen. De rechtbank oordeelt dat het belang van de Stadsomroep bij controle van de reclameopbrengsten groot is en dat het niet nakomen van artikel 5.1 niet onredelijk is. Ook is geen sprake van oneigenlijk gebruik van de beëindigingsgrond.
Een vordering tot voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid. De vordering van de Stadsomroep in reconventie tot overleg van een nieuwe accountantsverklaring over 2004 wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de verschillen in bedragen.
De rechtbank wijst de gevorderde voorzieningen in conventie en reconventie af en veroordeelt eiser in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de Stadsomroep de overeenkomst rechtsgeldig mocht beëindigen en wijst de vorderingen van eiser af.