ECLI:NL:RBARN:2005:AT2939
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs mondelinge overeenkomst verkoop grond
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak waarin eiser stelde dat partijen op 22 januari 2002 een nieuwe mondelinge koopovereenkomst hadden gesloten voor een perceel grond tegen een afgesproken prijs. Eiser bracht getuigenverklaringen in, waaronder die van een betrokkene die als partijgetuige optrad en tevens als advocaat betrokken was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van deze betrokkene niet als onafhankelijk bewijs kon worden aangemerkt, mede omdat hij vanaf het begin de belangen van eiser behartigde en niet louter bemiddelend optrad. De verklaringen van partijen waren tegenstrijdig en er was geen aanvullend bewijs dat de mondelinge overeenkomst bevestigde.
Gezien de bewijslastverdeling en het ontbreken van voldoende bewijs wees de rechtbank de vordering van eiser af. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van onafhankelijke bewijsvoering en de strikte toepassing van artikel 164 lid 2 Rv Pro bij partijgetuigenverklaringen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van een nieuwe mondelinge overeenkomst.