ECLI:NL:RBARN:2005:AS8345
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bindende overeenkomst over bouwvolumes en bouwgronden tussen GBC en Gebr. A B.V. bevestigd
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak waarin de kern lag bij de vraag of de intenties en afspraken tussen Gendtse Bouw Combinatie B.V. (GBC) en Gebroeders A B.V. (A B.V.) over bouwvolumes en bouwgronden hadden geleid tot een bindende overeenkomst. Diverse notities, brieven en conceptovereenkomsten toonden aan dat partijen een rompovereenkomst sloten waarbij GBC zich verbond bouwvolumes aan A B.V. toe te kennen.
GBC verkocht echter haar aandelen in OBAC B.V. en OBAC C.V. aan een derde partij, Van Bergen Bouw B.V., waardoor A B.V. de toegezegde bouwvolumes misliep. De rechtbank oordeelde dat GBC hierdoor haar contractuele verplichtingen schond en veroordeelde GBC tot vergoeding van de door A B.V. geleden en nog te lijdende schade, met verwijzing naar een schadestaatprocedure.
In een nevenprocedure vorderden de heren B betaling van lijfrentepremies door A B.V. De rechtbank stelde dat A B.V. niet in verzuim was omdat geen passende instructie was gegeven en dat het bedrag uiteindelijk wel betaald zal worden. Aangezien de lijfrenteverzekering onderdeel uitmaakte van een package deal met de bouwafspraken, kon A B.V. zich beroepen op een opschortingsrecht. De vordering werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde GBC in de proceskosten en wees de reconventionele vordering af. De heren B werden in hun proceskosten veroordeeld. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en op 9 februari 2005 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: GBC is gehouden tot schadevergoeding wegens niet-nakoming van bouwvolumeafspraken aan Gebr. A B.V.