ECLI:NL:RBARN:2004:AR2827
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en onrechtmatige hinder door coniferen nabij erfgrens
Eisers [X] vorderen verwijdering van zes coniferen die op het perceel van gedaagde [Z] staan binnen de wettelijk toegestane afstand tot de erfgrens, wegens vermeende onrechtmatige hinder zoals lichtontneming en naaldafval.
De rechtbank stelt vast dat [Z] sinds januari 2004 eigenaar is van de strook grond tussen de percelen en beroept zich op verjaring ex artikelen 3:314 lid 1 juncto 3:306 BW, omdat de coniferen al meer dan 20 jaar binnen de afstand staan. De hoedanigheid van [Z] als eigenaar is voor het verjaringsberoep niet relevant.
De rechtbank laat [Z] toe bewijs te leveren dat de coniferen rond 1976 zijn geplant. Indien dit slaagt, is de vordering tot verwijdering verjaard. De rechtbank oordeelt dat de hinder door de coniferen niet onaanvaardbaar is, mede omdat eisers de bomen bij vestiging in 1994 al tolereerden en de omvang niet exorbitant is. Het algemene belang bij het behoud van bomen speelt eveneens een rol.
De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en getuigenverhoor, met het oog op een later eindvonnis. Hoger beroep is slechts mogelijk samen met dat eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe voor verjaring van de vordering tot verwijdering van coniferen en oordeelt dat de hinder niet onaanvaardbaar is.