ECLI:NL:RBARN:2004:AR2583
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gedeeltelijk straatverbod na handtastelijkheden bij manege
Eisers vorderen tegen gedaagde, eigenaar van een manege, onder meer een verhuisverbod, straatverbod en contactverbod vanwege aanranding en verkrachting van eisers en hun minderjarige dochter. Gedaagde heeft gedeeltelijk bekend en is in voorlopige hechtenis geweest, die onder voorwaarden is geschorst.
De rechtbank oordeelt dat het opleggen van een woon- en straatverbod een zware inbreuk vormt op het grondrecht van vrije bewegingsvrijheid. Hoewel vaststaat dat gedaagde handtastelijkheden heeft gepleegd, is onvoldoende aannemelijk dat hij opnieuw contact zal zoeken of onrechtmatig zal handelen. Daarom worden de verhuis- en contactverboden afgewezen.
Wel wordt een beperkt straatverbod toegewezen voor het weiland grenzend aan de woning van eisers sub 2, omdat hun minderjarige dochter daar bang is gedaagde tegen te komen, wat haar herstel belemmert. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van gedaagde om zich daar vrij te bewegen, temeer daar hij alternatieven heeft voor het verzorgen van zijn paarden.
De rechtbank legt een dwangsom op bij overtreding van dit verbod en wijst de overige vorderingen af. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten. De machtiging voor eisers sub 2 om namens hun dochter op te treden is tijdens de procedure alsnog verleend, waardoor de niet-ontvankelijkheidsgrond wordt gepasseerd.
Uitkomst: Gedeeltelijk straatverbod voor weiland nabij woning toegewezen, verhuis- en contactverbod afgewezen.