ECLI:NL:RBARN:2004:AP7121
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na incest: beoordeling materiële en immateriële schadeposten
Eiseres X vordert van gedaagde Y een schadevergoeding van €338.665,90 wegens materiële en immateriële schade als gevolg van incest door haar vader. Na deskundigenonderzoek is vastgesteld dat X lijdt aan een chronische posttraumatische stressstoornis, die haar schoolprestaties en levensloop negatief heeft beïnvloed.
De rechtbank overweegt dat de studieschuld tot oktober 2003 verband houdt met de ontucht en toewijsbaar is, terwijl de schuld vanaf oktober 2003 nader onderbouwd moet worden. Ook collegegeld, studieboeken, readers, therapiekosten en diverse bijkomende kosten worden toegewezen. Voor het verlies aan verdienvermogen is aannemelijk dat X schade heeft geleden, maar de omvang kan nog niet worden vastgesteld, zodat verwijzing naar schadestaatprocedure volgt.
De rechtbank verwerpt het verweer van Y dat X onvoldoende schadebeperking heeft betracht. De immateriële schade wordt begroot op €17.500,--. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering over toekomstige studiekosten en verdienvermogen. Hoger beroep is alleen mogelijk samen met het eindvonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst een deel van de schadevergoeding toe en verwijst voor verdere begroting naar de schadestaatprocedure.