ECLI:NL:RBARN:2004:AP6224
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken verzekering bij arbeidsongeschiktheid
Eiseres ontving een WAO-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet, welke per 7 november 1995 werd toegekend. Verweerder stelde op basis van een premiefraudeonderzoek dat eiseres voorafgaand aan de uitkeringsperiode geen werkzaamheden in loondienst had verricht en dus niet verzekerd was voor de WAO.
Eiseres voerde aan dat zij voorafgaande aan de ziekmelding in loondienst was bij een werkgever op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst. De rechtbank oordeelde echter dat uit verklaringen van eiseres zelf en getuigen bleek dat zij sinds september 1993 geen werkzaamheden meer in loondienst had verricht. Daarnaast verklaarde eiseres ter zitting dat zij na april 1994 niet meer had gewerkt, wat betekent dat zij niet verzekerd was op het moment van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 19 WAO Pro alleen personen die bij het intreden van arbeidsongeschiktheid verzekerd zijn, recht hebben op een uitkering. Omdat eiseres niet voldeed aan deze verzekeringseis, had zij geen recht op de WAO-uitkering en de toeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit tot intrekking van de uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd omdat eiseres niet verzekerd was bij het intreden van arbeidsongeschiktheid.