ECLI:NL:RBARN:2004:AP6210
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming overeenkomst asverstrooiing na overlijden en geldigheid codicil
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen X en erfgenamen Y en Z jr. over de bestemming van de as van Z sr., overleden op 10 december 2003. X stelde rechthebbende te zijn op de as op grond van een boekje met uitvaartwensen, maar de rechtbank oordeelde dat dit boekje niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een codicil volgens artikel 19 van Pro de Wet op de lijkbezorging.
De rechtbank stelde vast dat een eerder eigenhandig geschreven verklaring van Z sr. uit 1996 wel rechtsgeldig is en dat Y als weduwe op grond daarvan aanwezig mag zijn bij de asverstrooiing. Desondanks is de afspraak tussen X en Z jr. dat alleen zij beiden aanwezig zullen zijn bij de verstrooiing, geldig en bindend.
De rechtbank veroordeelde Z c.s. tot nakoming van deze afspraak en legde een dwangsom op voor het geval zij niet zouden voldoen. De primaire vordering van X tot afgifte van de as werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van haar rechthebbendheid. De procedurekosten werden gecompenseerd en in reconventie werden de vorderingen van Z c.s. afgewezen.
Uitkomst: Z c.s. worden veroordeeld tot nakoming van de overeenkomst over de asverstrooiing onder voorwaarde van datumafspraak met X.