ECLI:NL:RBARN:2004:AP0069
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.T. Blom
- N.W. Huijgen
- R.H. Koning
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf en TBS voor medeplichtigheid aan moord en medeplegen lijkverbranding
Op 17 november 2003 werd Maja Bradaric op gruwelijke wijze om het leven gebracht door haar mededaders, waarbij verdachte medeplichtig was. Verdachte was aanwezig in de auto tijdens de moord, gaf aanwijzingen en was behulpzaam bij het vervoer van het lichaam naar een afgelegen locatie waar het werd verbrand.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt voor de moord zelf, maar wel medeplichtig was. Voor het verbranden van het lichaam was verdachte niet actief betrokken, maar wel medepleger van het vervoeren en achterlaten van het lijk met het oogmerk het misdrijf te verhullen.
Verdachte was destijds 16 jaar oud en leed aan een chronische posttraumatische stressstoornis, maar de rechtbank verwierp het beroep op psychische overmacht. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden werd het sanctierecht voor volwassenen toegepast.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder behandeling voor oorlogstraumata. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en TBS met dwangverpleging voor medeplichtigheid aan moord en medeplegen van het vervoeren van het lijk.