ECLI:NL:GHARN:2004:AR6814
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Van den Heuvel
- Boekhorst Carrillo
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord en verbranden lijk met toepassing sanctierecht volwassenen
Het gerechtshof Arnhem heeft op 3 december 2004 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een zestienjarige verdachte die werd verdacht van medeplegen van moord op Maja Bradaric en het verbranden en wegvoeren van haar lichaam.
Het hof concludeerde dat verdachte vooraf op de hoogte was van het moordplan, actief heeft meegewerkt door onder andere het touw aan te reiken waarmee het slachtoffer werd gewurgd, en zich niet heeft gedistantieerd van de feiten. Ondanks zijn jeugdige leeftijd werd het sanctierecht voor volwassenen toegepast vanwege de ernst van het delict en zijn rol.
De bewijslast berustte op consistente verklaringen van medeverdachten, die ondanks beperkende maatregelen vanaf het begin verdachte als medeplichtig aanwezen. Verdachte zelf weigerde te verklaren, waardoor het hof de verklaringen als betrouwbaar achtte.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de jeugdige leeftijd, het kleinere aandeel van verdachte, en een vastgesteld posttraumatisch stressstoornis, maar oordeelde dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar passend is gezien de ernst van de feiten en het leed dat is veroorzaakt.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en het verbranden en wegvoeren van het lichaam.