ECLI:NL:RBARN:2004:AO5062
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Geen veroordeling tot betaling dwangsommen wegens onvoldoende aannemelijkheid in kort geding
De zaak betreft een geschil tussen De Kleijn Handel en Exploitatie B.V. en De Vries & Van de Wiel B.V. over de betaling van door De Kleijn aan de gemeente verbeurde dwangsommen wegens het niet tijdig verwijderen van grond die De Vries had gestort op een perceel met agrarische bestemming.
De Kleijn vordert in kort geding dat De Vries wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, stellende dat uit de overeenkomst en gedragingen van partijen een vrijwaringsplicht van De Vries voortvloeit. De Vries voert verweer dat er geen spoedeisend belang is en dat zij niet gehouden is tot betaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet voldoende aannemelijk is dat De Vries in een bodemprocedure tot betaling veroordeeld zal worden, mede omdat de bestemming van het perceel het storten van grond niet toestaat en De Kleijn hiervan op de hoogte was. Ook is onvoldoende vast te stellen dat De Vries gehouden was tot het tijdig verwijderen van de grond.
Daarom worden de gevorderde voorzieningen geweigerd en wordt De Kleijn veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 6 februari 2004 door mr. R.J.B. Boonekamp.
Uitkomst: De vordering tot betaling van dwangsommen door De Vries wordt in kort geding afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van veroordeling in een bodemprocedure.