ECLI:NL:RBARN:2003:AO4931
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige late uitbetaling vakantietoeslag bij beëindiging bijstandsuitkering
Eisers ontvingen sinds 1994 een bijstandsuitkering en startten in januari 2002 een eigen bedrijf, waarna hun bijstandsuitkering werd beëindigd. Verweerder wachtte met uitbetaling van de opgebouwde vakantietoeslag tot na afronding van een onderzoek naar mogelijke uitkeringsfraude, wat ruim een half jaar duurde.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat het beëindigingsonderzoek nog niet was afgerond geen bijzondere omstandigheid vormt om af te wijken van artikel 73, derde lid, van de Algemene bijstandswet, dat voorschrijft dat de vakantietoeslag in de maand van beëindiging moet worden betaald. Het beleid van verweerder om betaling uit te stellen tot afronding van het onderzoek is daarmee in strijd.
Ook het vermoeden van onrechtmatigheid dat pas in juni 2002 ontstond, rechtvaardigt geen latere betaling. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het verzoek om wettelijke rente en vergoeding van gemaakte kosten wordt afgewezen, maar verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit over de late uitbetaling van de vakantietoeslag en beveelt een nieuw besluit.