ECLI:NL:RBARN:2003:AO2986
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Uitleg ontbindende voorwaarde in overeenkomst over herplantplicht populieren
Eiser X exploiteert een agrarisch bedrijf en sloot in 1997 met gedaagde Y een overeenkomst waarbij Y tegen betaling de herplantplicht van X overnam door een perceel te beplanten met populieren. De overeenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde dat de overeenkomst zou vervallen indien geen goedkeuring werd verleend door betrokken overheden.
Na diverse procedures werd het compensatieverzoek van X onherroepelijk afgewezen door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) in mei 2002. Y stelde daarop dat de ontbindende voorwaarde was vervuld en zij niet meer gehouden was tot uitvoering. X betwistte dit en vorderde medewerking van Y.
De rechtbank oordeelt dat de ontbindende voorwaarde van rechtswege in werking is getreden bij de onherroepelijke afwijzing van het oorspronkelijke compensatieverzoek, waardoor de overeenkomst is ontbonden. Een uitdrukkelijk beroep door Y was niet vereist. Ook kon uit het handelen van Y na de uitspraak niet worden afgeleid dat zij de overeenkomst nog als geldig beschouwde.
De primaire vordering van X wordt afgewezen. Wel wordt Y veroordeeld tot terugbetaling van het reeds ontvangen voorschotbedrag, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden aan X opgelegd omdat het kort geding onnodig was.
Uitkomst: De ontbindende voorwaarde is vervuld door onherroepelijke afwijzing, waardoor de overeenkomst is ontbonden en Y het voorschot moet terugbetalen.