ECLI:NL:RBARN:2003:AO0073
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toedeling en verzorging van gezamenlijke hond na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie en namen tijdens een vakantie een zwerfhond mee naar Nederland, die zij gezamenlijk in bezit namen. Na beëindiging van de relatie vertrok gedaagde met de hond, waarna eiseres vorderde dat de hond aan haar zou worden toegewezen of dat een omgangsregeling zou worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de hond als gezamenlijke eigendom moet worden beschouwd en dat eiseres geen exclusief recht of bezit kan claimen. Verder is vastgesteld dat gedaagde een affectieve relatie met de hond heeft en investeringen heeft gedaan in gehoorzaamheidscursussen. Deskundigen bevestigen dat het wisselen van omgeving nadelig is voor de hond.
Gezien de slechte verstandhouding tussen partijen en het belang van de hond acht de rechtbank een omgangsregeling niet wenselijk. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiseres af en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot toedeling van de hond en omgangsregeling worden afgewezen.