ECLI:NL:RBARN:2003:AF6049
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning uitbreiding geitenhouderij wegens strijd bestemmingsplan
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning om een bestaande varkensstal te vervangen door een grotere geitenstal gericht op melkproductie. Verweerder heeft de vergunning geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 1991, dat alleen uitbreiding van grondgebonden agrarische bedrijven toestaat.
Eiser stelde dat zijn geitenhouderij als grondgebonden agrarisch bedrijf moet worden aangemerkt, omdat de geiten worden gevoerd met ruwvoer dat in de directe omgeving wordt verbouwd en de stromest op nabijgelegen cultuurgrond wordt uitgereden. Ook stelde eiser dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend wegens het niet tijdig beslissen door verweerder en dat er ten onrechte geen vrijstelling was aangevraagd op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsvoering van eiser niet als overwegend grondgebonden kan worden aangemerkt, omdat het ruwvoer niet zelf wordt verbouwd en de relatie met de grond als agrarisch productiemiddel te ver verwijderd is. Ook de afzet van stromest leidt niet tot een andere conclusie. De rechtbank verwierp de stelling van rechtswege verleende vergunning en het verzoek om vrijstelling, omdat de bevoegdheid daartoe bij de gemeenteraad lag en verweerder dit verzoek niet hoefde te behandelen.
Gelet op deze overwegingen concludeerde de rechtbank dat de weigering van de bouwvergunning terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de bouwvergunning voor uitbreiding van de geitenhouderij wordt ongegrond verklaard.