ECLI:NL:RBARN:1999:AF0133

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
2 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/201 en 99/202 R
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 332 lid 4 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling akkoord in schuldsaneringsregeling na faillissement

De zaak betreft de vaststelling van een akkoord in de schuldsaneringsregeling van twee betrokkenen, X. en Y., na het faillissement van mevrouw Y. op 14 februari 1996. Tijdens de verificatievergadering werden de situatie van de betrokkenen en de gevolgen van het akkoord besproken.

De rechter-commissaris overwoog dat de betrokkenen zich sinds het faillissement in een minimale inkomenssituatie bevinden en dat de gezinssituatie een zware financiële last vormt. Zonder akkoord zou de wettelijke schuldsaneringsregeling waarschijnlijk tot medio juni 2000 duren, met een beperkte afdracht aan de boedel.

Het bedrag dat de schuldeiser mevrouw Z. zou ontvangen bij voortzetting van de regeling was niet substantieel genoeg om haar stemgedrag te rechtvaardigen. Op grond van artikel 332 lid 4 van Pro de Faillissementswet stelde de rechter-commissaris het aangeboden akkoord vast alsof het was aangenomen.

Uitkomst: Het aangeboden akkoord in de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld als aangenomen.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Arnhem
De rechter-commissaris in de schuldsaneringsregelingen van respectievelijk
X., geboren op ..., wonend te P
En Y., geboren op ..., wonend te Q.
Gehoord tijdens de verificatievergadering in voormelde schuldsaneringsregelingen de heer X. en mevrouw Y. voornoemd, de bewindvoerder mevrouw mr. G.W.M. Janssen, vergezeld van haar medewerker de heer M.D.J. Stolk en mevrouw Z., vergezeld van haar schoondochter;
Overwegende dat betrokkenen reeds sinds 14 februari 1996, de dag der faillietverklaring van mevrouw Y. voornoemd, zich bevinden in een minimale inkomenssituatie;
Overwegende dat de gezinssituatie van betrokkenen al geruime tijd en in de nabije toekomst een zware financiële belasting vormt en zal vormen;
Overwegende dat indien het akkoord niet zou zijn aangenomen, de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling van betrokkenen waarschijnlijk bepaald zou worden op een duur van één ,jaar, gezien de looptijd van het voorafgaande faillissement van mevrouw Y. voornoemd, derhalve tot medio juni 2000;
Overwegende dat het bedrag dat betrokkenen in voornoemde periode zouden kunnen afdragen aan de boedel, alsmede gelet op de nog te maken kosten voor de bewindvoering en de publicatiekosten, het percentage - en dus het bedrag - dat mevrouw Z. voornoemd naar verwachting op haar vordering zou ontvangen indien de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zou worden voortgezet, niet dermate substantieel is dat dit een omstandigheid is die haar stemgedrag rechtvaardigt;
Gelet op artikel 332 lid 4 van Pro de Faillissementswet;
Beschikkende:
Stelt het aangeboden akkoord vast als ware het aangenomen.
Aldus gedaan te Arnhem op 2 september 1999, door mr. J.W.M. Tromp, rechter-commissaris, in tegenwoordigheid van I.W.H.M. Verheijen als griffier.