De werknemer was sinds augustus 2023 ziek en herstelde in september 2024, maar verrichtte geen werkzaamheden voor de werkgever terwijl hij wel loon ontving. De werkgever ontdekte in augustus 2025 dat de werknemer een jaar geen werk had verricht en ontsloeg hem op staande voet. Dit ontslag werd vernietigd omdat het niet onverwijld was gegeven.
De werknemer had in de periode januari tot augustus 2025 zonder toestemming werkzaamheden verricht voor concurrenten, wat een schending van de arbeidsovereenkomst vormde. Beide partijen maakten zich ernstig verwijtbaar, maar de kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst ontbonden kon worden op de g-grond wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2026 zonder toekenning van een billijke of transitievergoeding. De werknemer krijgt salaris tot die datum, maar moet een deel van het onverschuldigde loon terugbetalen vanwege de nevenwerkzaamheden. Schadevergoeding voor beschadigde werkapparatuur wordt afgewezen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.