Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
- de beslissing na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend; én
- de opgeëiste persoon uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep; én
- de opgeëiste persoon het recht heeft aanwezig te zijn bij de verzetprocedure of de procedure in hoger beroep; én
- de zaak in die procedure opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten; én
- die procedure kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing; én
- de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de in het EAB vermelde termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep moet aantekenen.
5.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
6.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden
1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele internationale dimensie daarvan of de omstandigheid dat het feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie;
- de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken;
- de locatie van de slachtoffers;
- de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen;
- en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsbepalingen
10.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan de substituut-procureur des Konings, Parket Brussel, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.