ECLI:NL:RBAMS:2026:7618
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurprijs woonruimte met splitsing all-in prijs en rijksmonumentopslag
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de huurprijs van een woonruimte die door de verhuurder aan gedaagden is verhuurd. De huurovereenkomst is ingegaan op 1 november 2024, waarbij een all-in huurprijs van €1.972,00 per maand is overeengekomen. Gedaagde 1 heeft de huurcommissie verzocht de redelijkheid van deze huurprijs te toetsen, wat leidde tot een uitspraak waarbij de all-in prijs werd gesplitst in een kale huurprijs en servicekosten, met een opslag van 35% vanwege het rijksmonument.
De verhuurder stelde dat het verzoek van gedaagde 1 niet ontvankelijk was omdat deze huurder via indeplaatsstelling was toegetreden en dat geen sprake was van een all-in prijs. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend en dat de prijs inderdaad een all-in prijs betrof, inclusief vergoeding voor gemeubileerde verhuur. De huurprijs moest ambtshalve worden gesplitst conform de wettelijke regeling.
De discussie over het energielabel werd door de rechtbank verworpen, omdat het label na de ingangsdatum van de huurovereenkomst was geregistreerd. De maximale huurprijs werd vastgesteld op €1.464,21 per maand, inclusief de opslag voor het rijksmonument. De vorderingen van de verhuurder werden afgewezen en deze werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurprijs van de woonruimte wordt vastgesteld op €1.464,21 per maand inclusief opslag voor het rijksmonument, en de vorderingen van de verhuurder worden afgewezen.